We lopen van hier naar daar – en durven dat wel eens zo snel te doen, dat we niet alleen anderen, maar vooral ook onszelf voorbij zouden lopen. Er is altijd wel dat ene mailtje dat gestuurd moet worden, die ene aflevering die we moeten bekijken of dat ene bezoekje dat we nog moeten afwerken.
En dat is ook goed, want dat ene mailtje zorgt er misschien voor dat we de werkdag met een voldaan gevoel kunnen afsluiten, die ene aflevering zorgt dat we de dag nadien tijdens de koffiepauze kunnen meepraten en dat ene bezoekje zorgt misschien voor een wereld van verschil voor wie er op zit te wachten. In ons gewone, dagelijkse leven willen we vaak zo veel doen, waardoor we niet de rust vinden die we soms zo nodig hebben.
Of leggen we onze wil als een verplichting op aan onszelf? We kunnen het immers omschrijven als een zekere vorm van fomo: fear of missing out, de schrik om iets te missen. Het is een kwaal waarmee al lang niet alleen jongeren hebben af te rekenen. Door de snelheid van onze samenleving, moeten we soms bewust de keuze maken om eens stil te vallen, om terug op onszelf aangewezen te zijn. Of niet soms?
Tot je dan plots begint te snotteren, kuchen en niezen. Wat ik eerst probeerde af te doen als een allergische reactie op pollen allerhande, bleek een aantal dagen dan toch iets anders te zijn: het ellendige gevoel van verkoudheid. Hoe kan dat nu? Ik ben toch vaak buiten en bouw op die manier toch wel een zekere natuurlijke weerstand op? Net nu ik dit weekend die uitstap wilde doen? En mijn looptrainingen dan? Ik ben dan toch niet de beer die ik dacht te zijn. En zo stel ik vast dat ik niet eens de tijd heb om ziek te zijn … Een hardnekkige verkoudheid laat zich niet inplannen in de agenda. Het is je lichaam dat het dan even overneemt, dat zegt: “Hé, luister nu eens naar mij!” En zo geef ik me gewonnen, waardoor ik een paar dagen niets anders doen dan van mijn bed naar tafel wandelen … waar ik gelukkig wél nog trek vind in het lekkers dat me voorgeschoteld wordt.
Twee dagen, twee ellendige dagen waarbij niet ík, maar mijn lichaam mijn agenda bepaalt. Het doet me denken aan de zovelen die dagen- of wekenlang aan hun ziekbed gekluisterd zijn, zwevend tussen hoop en wanhoop. Daarmee vergeleken is een simpele verkoudheid niets!