Het was zondag. Ik had mezelf naar buiten gesleept met het nobele plan: frisse lucht, vogelgeluiden, en hopelijk een momentje rust tussen de lentekriebels van de natuur. Maar ik vergat één ding: het broedseizoen was begonnen… en met het broedseizoen komen de loslopers.
Normaal gezien laat ik Baziel, mijn Cesky Fousek, vrij rondrennen als we in het bos zijn. Hij luistert als een engeltje, weet waar hij mag snuffelen en, als ik hem roep, komt hij altijd terug. Vandaag echter, met de verplichting om hem aan de leiband te houden, voelde ik me als een misdadiger. “Dit is niet hoe het hoort,” dacht ik, terwijl ik Baziel strak aan de lijn hield en de rest van de wereld zijn gang liet gaan.
En dan gebeurt het. Daar komt hij aan: een golden retriever, staart kwispelend, ogen vol avontuur en nul interesse in de regels. “Hij doet niks hoor!” roept het baasje, dat natuurlijk totaal niet doorheeft dat haar hond met het nodige enthousiasme een groep kuifeenden in volle vlucht jaagt. Ik schud mijn hoofd. “Het is broedseizoen,” zeg ik, met het gevoel dat ik een betuttelende schoolmeester ben.
Terwijl ik Baziel aan de lijn houd en hem zachtjes kalmeer, zie ik verderop een bordercollie, die zijn roeping als herdershond iets té letterlijk neemt. De eigenaar lacht: “Hij moet z’n energie kwijt!” Ik kijk naar Baziel, die netjes naast me zit en zich afvraagt waarom de rest van de honden zich zo gedragen.
Onderweg naar huis zie ik het bord met grote letters: “Honden aan de leiband, broed- en werpseizoen.” Ik zie twee labradors, twee cockerspaniels en een teckel loslopen, en Baziel die netjes naast me wandelt, zichzelf verontschuldigend voor mijn beslissing. “Je had gelijk,” lijkt hij te zeggen, “Ik wil wel los, maar het is ok zo. Wij zijn wel bezig met de natuur.”
De natuur doet haar best. Maar ik moet zeggen, sommige honden hebben duidelijk andere ideeën over wat ‘natuurlijk’ is. En Baziel? Die weet dat het echte avontuur altijd begint als de riem afgaat, op een plaats waar niet gebroed en geworpen wordt.”